De Broeders in België
Een aantal Franse
broeders vluchtte voor de Revolutie naar de Zuidelijke Nederlanden. In 1791
kwamen de eersten uit Maréville-Nancy naar Saint-Hubert en stichtten er een
lagere school, die in 1818 verdween. Ondertussen vonden er stichtingen plaats te
Dinant (1816), Namen (1818), Luik (1819) en Doornik (1821) Deze lagere scholen
werden, onder Hollands bewind, in 1826, gesloten door Willem I. Na de Belgische
Revolutie (1830) konden ze opnieuw worden geopend. In 1832 kwam er een eerste
lagere school te Brussel : Sint-Joris. Nog vele andere zouden volgen.
In
1836 kregen de broeders de leiding van de normaalschool, opgericht te Namen, die
in 1841 verhuisde naar Malonne. Een tweede normaalschool startte in 1844 te
Carlsbourg. In 1841 werd te Malonne begonnen met het middelbaar onderwijs (later
moderne humaniora genoemd) en in 1845 te Carlsbourg. Daarna volgden o.a.
Bazel-Waas (1853), Gent St-Amandus (1863), St-Truiden (1885), St-Jans-Molenbeek
(1896), Bilzen (1897), Antwerpen (1904), Kortrijk (1907), Ekeren (1908). Met de
oprichting in 1862 te Gent van de eerste Sint-Lucasschool legden de broeders de
basis van het kunstambachtelijk onderwijs in ons land. Naar het model van
Sint-Lucas Gent volgden er andere: te Doornik (1878), Luik (1880),
Brussel-Schaarbeek (1882), Brussel St-Gillis (1904).
In 1877 werd te Carlsbourg een landbouwschool opgericht en in 1888 een
tuinbouwschool. Deze school stond model voor de landbouwcursussen te St-Truiden
(1898), die in 1923 omgevormd werden tot de Tuinbouwschool O.-L.-Vrouw.
In 1889 openden de broeders een normaalschool te Leuven voor de opleiding van
de eigen broeders. Later zouden broeders te Leuven universitaire diploma's
kunnen behalen. De Vlaamse broeders begonnen in 1921 te Roeselare een lagere
normaalschool voor eigen leden, die in 1937 werd overgebracht naar Bokrijk. In
1922 startte men te Brussel (Nieuwland) met een Nederlandstalige en een
Franstalige lagere en middelbare normaalschool.
In
1893 werd België voor de broeders verdeeld in twee kloosterprovincies :
Zuid-België voor de bisdommen Namen, Luik (met Limburg) en Doornik ;
Noord-België voor de bisdommen Mechelen, Gent en Brugge. In 1897 konden de
broeders van Noord-België het domein verwerven van de voormalige
St-Wivina-abdij, te
Groot-Bijgaarden, om er het noviciaat en een rusthuis voor oudere broeders
onder te brengen. In 1936 zouden de Waalse broeders hun centraal huis
overbrengen van Bokrijk (Genk) naar Ciney.

Op verzoek van koning Leopold II vertrok in 1909 een eerste groep
broeders-missionarissen naar Belgisch Congo (Boma). Later volgden nog een hele
reeks stichtingen, ook in Rwanda.
Door het uitblijven van nieuwe roepingen (praktisch sinds 1969) zijn er geen
broeders meer in het onderwijs. De oprustgestelden bieden nog hulp in de school,
in de parochie, in vrijwilligerswerk. Samen met hun leke medewerkers blijven de
broeders verder actief in het beleid van hun scholen, dat in de toekomst meer en
meer door leken zal worden overgenomen. Deze toekomstgerichte werking draagt de
naam : Vlaams
Lasalliaans Perspectief.
Het
Sint-Wivinaklooster werd een zware last voor
het district en beantwoordde ook niet meer aan de eisen voor de verzorging van
de steeds maar ouder wordende broeders. Begin 2008 verhuisden 17 broeders
naar serviceflats in Sint-Katherina-Lombeek. 9 broeders bleven nog een tijdje
wonen in Groot-Bijgaarden, maar, naargelang er plaatsen vrij kwamen in St-Kath.-Lombeek
of elders,
verhuisden ook zij. Op het einde van datzelfde jaar was de verkoop definitief
geregeld. Het administratieve centrum van het district werd overgebracht naar
het kasteel Kruikenburg in Ternat, waar op 15/03/2009
de laatste broeders hun intrek namen. Een rijke episode van de geschiedenis van
het district Noord-België werd daarmee afgesloten.